De Feniksvaders

Het is tot op heden een dramatisch seizoen. Onze eerste wedstrijd werd nog wel gewonnen, maar alles daarna ging verloren met een laatste plaats tot gevolg. Zouden wij het tij kunnen keren? Zouden wij de zinkende modderschuit weer vlot kunnen trekken? Zouden wij weer mee kunnen varen in de vaart der voetbalvolkeren? Zouden wij het lek boven krijgen of zouden wij definitief naar de haaien gaan?
Zouden wij, kortom, uit onze eigen as kunnen herrijzen?
Wel, beste lezer, tot onze eigen verbazing was dit het geval. Vandaag tegen de nummer twee van onze competitie wisten wij zowaar weer eens te winnen.

De Witkampers rekenden zich al rijk en spaarden hun beste spelers door ze op de bank te zetten en hoopten hier volgende week, tegen de koploper, munt uit te slaan. Deze hoogmoed resulteerde na 20 minuten spelen in een 2-0 voorsprong voor ons, waarna prompt de hele bank van de Witkampers leegliep en het halve elftal gewisseld werd, maar ook na 20 minuten kan iets al te laat zijn. Wij besloten namelijk dat deze voor ons luxe situatie noopte tot een 8-1-1 opstelling. De Witkampers konden aanvallen wat ze wilden, de bal wilde er niet in. Via de paal rolde de bal nog wel over de doellijn, maar dit is een zin die voor tweeƫrlei uitleg vatbaar is en u mag hem uitleggen in ons voordeel. Onze keeper Marcel haalde achteruitduikend een klutsbal uit het doel en wist op geheel unieke wijze een enorme knal van dichtbij uit het doel te werken, namelijk met een kopbal. Dat leidde wel tot een knock-out van Marcel, maar hij herrees uit deze bijna-doodervaring en kon verder. Dat gold overigens voor ons halve elftal. Lange Jan ging met een hamstringblessure van het veld, Gerben deed hetzelfde met last van zijn knie en ook Ronny moest met een enkelblessure het veld verlaten. Maar het zijn grote kerels en dus kwamen Gudula-Gerben, Rollator-Ronny en Lamme-Jan als uit hun as herrijzende Feniksen met gescheurde enkelbanden, afgescheurde kruisbanden en dito achillespezen gewoon weer het veld in toen de wedstrijd daarom vroeg. (Kijk Frank, zo kan het ook). De enige die ten onderging was Joepie die met een gebroken enkel wel verder wilde, maar toen bleek dat hij dit als zitvoetballer deed omdat hij niet meer kon lopen, besloten wij hem, zeer tegen zijn zin overigens, naar de kant te halen. En zo wisten wij, uw Anboboys, uw Gudulamannen, uw rolstoelrunners en uw rollatorracers, op ons tandvlees de overwinning binnen te slepen waarna het rolstoelbusje voor kwam rijden om ons naar rusthuis de Zonnebloem te brengen waar wij nog uren moesten zitten (want lopen kon niet meer) voor het wegwerken van een onbedrinkbare dorst.