De bejaardenclash

We schrijven woensdag 18 april. Het is schitterend weer en uw Anboboys, beste lezer, treden aan tegen de buurmannen uit Barchem. U denkt natuurlijk dat het einde van het seizoen nadert, maar daar moeten wij u toch even uit de droom helpen. Deze wedstrijd is namelijk de laatste uit onze eerste competitiehelft. Het heeft de KNVB namelijk behaagd om de gehele tweede competitiehelft in één maand te proppen. Vanaf nu spelen wij twee wedstrijden per week. Daar zouden ze in de eredivisie voor gaan staken en zelfs in Engeland zouden ze dit toch iets te veel van het goede vinden, maar wij, de helden van de Anboboys, gaan deze uitdaging gewoon aan. Dit is namelijk uitstekend voor onze conditie. Dat het minder goed is voor onze stijve spieren nemen we voor lief. De eerst 3 geblesseerden zijn waarschijnlijk een voorbode van wat nog komen gaat.

Tegen Barchem is het allemaal geen probleem. Voor het eerst sinds jaren ontmoeten wij een tegenstander van gelijke leeftijd. Sterker nog, hun oudste speler is zelfs ouder dan onze eigen Johan. Eindelijk opa’s onder elkaar. En wat doet onze leider dan? Die zet onze oudjes zonder pardon reserve en trekt een blik jonge spelers van het derde open. Zelfs keeper Marcel moet eraan geloven en wordt in de tweede helft vervangen door Dikkie Dick. De voetballers van het vierde en de lopers van het derde hebben geen kind aan Barchem dat met 3-0 naar huis wordt gestuurd.
Oh nee, toch niet.
Dikkie Dick weet een terugspeelbal panklaar neer te leggen voor de spits van Barchem wat de 3-1 betekent. Dit tot groot genoegen van een Nijenhuisje op de bank die tot onze stomme verbazing vol enthousiasme Barchem staat aan te moedigen. Met deze Judas weten wij gelukkig wel raad. Terwijl wij met een biertje in de hand napraten in de Zonnebloem, staat Marcel met de bezem in de hand de kleedkamers te poetsen. En de shirtjes? Ja ook die moest hij wassen.